ICT processen zichtbaar maken

Jaren geleden volgde ik veel verschillende trainingen. Ook Agile trainingen, zoals LEAN en op dit moment ben ik aan het leren over Kanban en Scrum. Bij al die Agile manieren maak je werkprocessen zichtbaar, zodat het transparant blijft, waardoor je, binnen een tijdsframe, zorgt dat je projecten wendbaar blijven en je steeds kan voldoen aan de (telkens veranderende) wensen van de klant. Tijdens mijn PABO, op verschillende scholen en via mijn kindercoachopleiding herkende ik veel van die ICT gerelateerde zaken terug en zo heb ik die modellen en werkbare tools aangepast op de coaching.

PlaDoeMeeBes

Eén van die tools is de PlaDoeMeeBes. Veel mensen zullen het herkennen als PDCA (plan, do, check, act) en vergelijkbare modellen, maar veel kinderen spreken nog geen Engels. Toch wilde ik iets hebben voor de mensen die heel transparant, aan de muur, hun coachafspraken en acties willen volgen. Gewoon met de Post-it geeltjes (zoals ook bij LEAN en SCRUM heel gebruikelijk is) met daarop jouw actiepunten of leerdoelen, die je kan verplaatsen op het PlaDoeMeeBes-bord.

In het volgende figuur zie je de stappen terug. Die stappen zijn:

PlaDoeMeeBes Stappen

  • Plan: Je maakt samen een afspraak of een plan en schrijft dit op een geeltje. Zet daarbij je naam op het geeltje en het punt, doel, actie waar je aan gaat werken. Het kan nuttig zijn in deze stap ook al te bepalen met elkaar wanneer een punt oké is. Word je bijvoorbeeld nog wel boos (is een normale emotie), maar blijven de spullen om je heen heel, terwijl je boos bent, kan dat een prima doel zijn. Een plan moet daarom altijd realistisch en haalbaar zijn (zie ook SMART(I) doelen, overal te vinden op internet)
  • Doen: Ga het doen. Je kan van te voren afspreken hoe lang je doorgaat. Bijvoorbeeld als je het drie keer hebt gedaan, of als er een tijdsperiode voorbij is.
  • Meet: Ga samen het gesprek aan over je acties/doelen/punten. Bespreek wat er nog niet gelukt is, en vooral wat er wel gelukt is. Moeten de stappen misschien groter? Of juist kleiner? Er gaat altijd iets wel goed. Richt ja daarop en kijk hoe je dat vaker op die manier kan gaan doen.
  • Bespreek: Bespreek met elkaar of dit punt van het bord af kan, of dat er nog een keer aan wordt gewerkt, en hoe dan?

En zo ga je steeds een stapje verder.

Belangrijk bij dit instrument is dat je jezelf altijd ‘moet’ realiseren dat dit alleen maar een middel is. Werken aan coachpunten is nooit competitie. Het bord is alleen een middel om zichtbaar te maken aan elkaar waar je mee bezig bent en ook als een soort herinnering. Soms is alleen naar het bord wijzen of kijken al voldoende om er weer aan te denken. Zodra je wijst en de ander wordt juist boos (wat natuurlijk ook kan) dan zal je daarover het gesprek aan ‘moeten’ gaan en misschien iets heel anders gebruiken.

PlaDoeMeeBes Bord

Het volgende bord kan je bijvoorbeeld op een whiteboard maken, of uitprinten op A3 en ophangen. Op die manier kan je er makkelijk Post-it’s op plakken en is het direct zichtbaar waar jullie aan werken:

Houd het klein

Mijn tip is: Houd het klein! Een tip waar ik zelf nog vaak iets aan heb. 🙂 Er is niets mis met ‘groot’ denken! Maar als je iets groots in één keer wilt halen (bijvoorbeeld: Volgende week wil ik Chinees kunnen spreken) dan komt er stress, want de meeste mensen kunnen dat niet in een week, dus waarom jij wel? Dat verandert meestal in weerstand, want het lukt toch niet, en uiteindelijk wordt het doel niet gehaald. Verdeel je het in kleinere stappen, bijvoorbeeld met de taartpunten (volgt later in een blog. De mensen die ik heb gecoacht kennen ‘m wel. 😉 Bij het Chinese voorbeeld zou je kleinere doel kunnen zijn om hoofdstuk 1 in een leerboek een week later klaar te hebben), dan wordt het doel haalbaar en krijg je ook meer plezier in het werken naar ‘groen’. Het kan dus best zijn dat je samen in een sessie wel 6 of meer punten hebt bedacht. Vergeet ze niet natuurlijk! Maar besluit samen welke 1 of maximaal 2 punten/acties/doelen je gaat doen. Je kan tijdens het doen altijd samen nog bepalen dat er meer of misschien juist minder bij kan. Het enige wat je hierin ‘moet’ is samen werken naar ‘groen’. Hoe, dat is aan jullie. Je mag de stappen dus ook naar eigen inzicht veranderen als dat voor jullie beter werkt.

Hopelijk heb je er iets aan! Kan je er iets mee! Werkt het voor jullie! Ik zou zeggen: probeer het eens uit als er geen bezwaren zijn.

Je kan hieronder de posters ook als pdf downloaden:

PlaDoeMeeBes – Stappen

PlaDoeMeeBes – Bord

Klein meisje met konijn, foto van Pexels.com

Met kinderen ‘werken’

Afgelopen week mocht ik iedere dag met kinderen ‘werken’. Het waren vooral kinderen van 1 tot 3 jaar en  ohh, wat heb ik weer veel van ze geleerd! In deze blog ga ik proberen uit te leggen waarom ik dat vind en waarom ik op die manier ook mezelf telkens weer beter leer kennen.

Ik vind dat als je met kinderen ‘werkt’ je open moet zijn en telkens weer in een korte tijd een relatie op moet bouwen, omdat je anders nooit de behoeftes van de kinderen kan begrijpen. Dat begint al heel praktisch met het kennen van de naam. In groepen waar ik start is dat wat makkelijker, omdat daar vaak een kringrondje plaatsvindt. “Goedemorgen Mila, wat fijn dat je er bent!”, en Mila zegt dan: “Goedemorgen!”. En ik herhaal haar naam minstens tien keer in mijn hoofd: Mila, Mila, Mila, Mila… etc.. “Goedemorgen Flip, wat fijn dat je er bent!”, en Flip draait zijn hoofd en zegt niets, maar dat is ook goed. En ik denk: Flip, Flip, Flip, Flip.. etc..  en zo lukt het soms om 10 tot 16 kinderen ‘uit mijn hoofd’ te leren. Maar soms ook niet. En dan blijf ik herhalen en herhalen. Zeker als ik halverwege de dag begin in een groep vind ik dat moeilijker, maar vaak is er dan een tablet of lijst met namen, waarmee ik dat dan kan doen. Het is me de hele week gelukt om alle kinderen te leren kennen en alle namen na ongeveer een uur allemaal in mijn hoofd te hebben. Voor mij is dat ook leren, want namen onthouden was nooit echt mijn talent. 🙂 Maar ik zie hoe het helpt om die relatie mee op te bouwen.

 

Kinderen voelen

Janusz Korczak (1918) beschreef het al in ‘Hoe houd je van een kind’: Daar waar kinderen ‘voelen’, zijn het volwassenen die denken te ‘weten’. Daar zit vaak zo’n groot verschil, dat communiceren met elkaar niet (meer) lukt, omdat we elkaars behoeftes niet (meer) kunnen begrijpen en dus ook geen bruggen kunnen bouwen. Daardoor lukt echt met elkaar ‘verbinden’ niet en blijft er een afstand die kinderen haarfijn aanvoelen en daar ook vaak ook zo (uit verbinding) op reageren. Zoals Thomas Gordon (1970) in ‘Luisteren naar kinderen’ aangeeft zal je met empathie en ‘actief luisteren’ (waarbij je jouw eigen bagage en ‘weten’ even probeert aan de kant te zetten) samen de behoefte van het kind kunnen ontdekken en op die manier bruggen kunnen bouwen. Dat vraagt telkens weer om ook je eigen gevoel te herkennen en te gebruiken en dat heb ik deze week dus vaak kunnen en mogen doen.

Wat ik zie als pedagogisch medewerker is gedrag. Ik zie een jongen die telkens met auto’s gooit. Soms ook met ander (zwaar) speelgoed en regelmatig op andere kinderen. Ik krijg ook een gevoel van ‘onveiligheid’ en geef direct aan wat ik wel wil zien (het woordje niet niet gebruiken kost me nog steeds veel zoeken, maar het lukt me steeds beter 🙂 ), maar wat is zijn behoefte? Hij accepteert mij en mijn interventie om zijn gedrag anders te willen zien (hij wordt in elk geval niet boos op me). Nog geen minuut later doet hij het weer en ik reageer hetzelfde. Hij roept een woord in een buitenlandse taal die ik niet ken. Pas een uur later hoor ik dat dit woord ‘vliegtuig’ betekent, en hij alle voorwerpen om zich heen al snel als vliegtuig ziet, en tja, die vliegen natuurlijk. Je kan bij dit gedrag snel denken dat die jongen moedwillig anderen pijn wil doen. We weten dat sommige volwassenen wel eens expres andere mensen pijn doen, en denken daardoor te ‘weten’ dat deze jongen ook die behoefte heeft, maar dat geloof ik niet, en ik hoop dat jij die gedachte ook snel uit je hoofd kan zetten als je met kinderen werkt. ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman (2019) ligt nu op mijn boekenplank om gelezen te worden en sluit daar ook weer prima bij aan. Ik geloof echt dat er geen één kind moedwillig telkens weer anderen pijn wil doen. Het resultaat van gedrag kan dat wel tot gevolg hebben, maar er zit altijd een andere behoefte achter: soms trauma, soms behoefte aan liefde, soms dus, zoals in dit geval, een spel, waarin alles een vliegtuig is en dus kan vliegen!

Knuffelen

Eén van de kinderen waarmee ik afgelopen week mocht werken kwam telkens naar me toe, ging op schoot zitten, ging me masseren, speelde kappertje met me (ik ben kaal, maar dat boeide haar niet 🙂 ) en op dat soort momenten probeer ik ook de behoefte te leren kennen van dat kind. Is het spelen? Is het om aardig gevonden te worden? Is het de behoefte om te controleren? Is het de behoefte om vrienden te willen zijn? En ga zo maar door… Zelf heb ik natuurlijk ook mijn eigen behoeftes. Ik vind het heel fijn als kinderen zich snel op hun gemak voelen bij mij. Ik denk dat als een kind mij opzoekt ze dat ook zijn (maar dat hoeft natuurlijk niet) en ik vind het leuk om aardig gevonden te worden door de kinderen. Ik besef me dan ook direct dat dat mijn eigen behoefte is, en dat het daar ,in mijn rol als pedagoog, even niet om gaat. Ik ga mezelf echter ook niet wegcijferen voor de ander, want ook ik ben een mens. Voor mij is dat telkens zoeken naar de balans van gelijkwaardigheid en mijn rol als begeleider. Omdat ik het nooit precies kan aanvoelen wat de behoefte is van het kind om bijvoorbeeld mij een knuffel te geven, zeg ik op zo’n moment vaak tegen het kind dat ik hem of haar lief vind, ook als het kind niet bij mij komt, ook als het andere spelletjes of met andere kinderen gaat spelen, en ik bedank hem/haar voor de knuffel. Dat geeft het kind hoop ik de boodschap: ‘Ik houd onvoorwaardelijk van je’ (zoals Alfie Kohn dat mooi beschrijft in ‘Unconditional Parenting’ (2006)) Je hoeft mij niet lief te vinden, je mag gewoon jezelf zijn met alles wat bij je hoort en ook dan houd ik van je. Niet ‘voor wat hoort wat’, maar er gewoon helemaal mogen zijn als mens. Ik merk dat als kinderen ouder worden ze dat vaak (door onze cultuur, maatschappelijke eisen, onze systemen, etc..) niet meer weten/aanvoelen en opnieuw moeten leren wat ‘onvoorwaardelijk’ betekent. Ik heb deze week opnieuw geleerd dat jonge kinderen dat nog wel heel goed begrijpen en haarfijn aanvoelen. Wat prachtig om dat te zien en mee te mogen maken!

Sturen

En stuur ik dan niet? Ja, natuurlijk wel, zelfs als mensen zeggen niet te ‘sturen’ in de opvoeding (en ik ken veel mensen die dat beweren 😉 ) ben ik ervan overtuigd dat je ook dan stuurt. Kinderen spiegelen namelijk altijd het gedrag wat ze zien. Natuurlijk zijn ze dan ook nog zichzelf, maar mensen leren ook door gedrag van andere mensen en na te doen wat ze zien. Zeker in zo’n groep met veel jonge kinderen zie ik dat telkens weer terug. Emoties en gedrag kunnen letterlijk worden gekopieerd. Niet alleen het gedrag van de begeleiders, maar van alle mensen, klein en groot, waarmee ze samen zijn. Als de baby huilt zie en voel ik de onrust in veel andere kinderen groeien. Sommigen gaan dan troosten, sommigen met speelgoed gooien, sommigen kijken verschrikt op, weer een ander gaat meehuilen, maar de meeste kinderen reageren erop of nemen een emotie over die ze zien. Zoals ik al eerder beschreef probeer ik als pedagoog, vanuit die relatie met het kind, te kijken naar de behoefte en hoe ik dat onvoorwaardelijk zo kan ‘buigen’ dat het veilig blijft (mijn eis, anders voel ik mezelf ook niet veilig) en de anderen in de groep ook verder kunnen gaan met hun activiteiten. Zo was er afgelopen week een kind dat met blokken een enorm hoog gebouw had gemaakt. Bij het heen en weer bewegen van dat enorme gebouw vielen er blokken op het hoofd van een ander kind (niet veilig). Na troosten stuurde ik erop aan door te zeggen dat een hoog gebouw te gevaarlijk was (straks hebben nog meer kinderen een bult) en dat we nu eens konden kijken of we een enorm groot gebouw konden maken, waar we in konden, dus niet ‘hoog’ groot, maar ‘breed’ groot. En na nog vier of vijf keer herhalen (want de hoog-maak behoefte bleef, wat ik ook snapte) werd het uiteindelijk een ‘breed’ groot gebouw. Telkens weer aangeven dat je de behoefte snapt (natuurlijk is een gebouw tot het dak geweldig gaaf om te maken) maar daarna ook telkens weer aangeven wat je wel wilt en hoe dat dat (soms samen) kan bereiken. Dus ‘niet’ niet gebruiken, en daarmee blijven oefenen en oefenen, want ‘Niet Doen!’ zit er bij ons allemaal ingeramd.. 😉 En daarna telkens weer kijken en observeren en voelen hoe het gaat, wat de behoefte is, of ik me er als pedagoog wel mee moet ‘bemoeien’, mee ‘moet’ spelen, of gewoon moet laten zijn wat er al is.

Leren

En gaat dat allemaal dan altijd goed? Nee, natuurlijk niet, maar wat een mooi werk! En wat leer ik veel! En wat spiegelen de kinderen mij ook telkens weer! En wat kan en mag ik deze kinderen veel liefde, tijd, ruimte en aandacht geven! En oooh, wat gun ik alle leeftijden dat ze ook zoveel liefde, tijd, ruimte en aandacht mogen krijgen en geven van en aan hun papa’s, mama’s, opa’s, oma’s, broers, zussen, begeleiders, collega’s, vrienden, buren, medewerkers, managers, werkgevers, etc.. ook in de leeftijd van 4 tot 100+. Wat een prachtig ‘werk’! Dankjewel allemaal, dat ik hier deel vanuit mag maken! Dat ik zo mag leven, spelen en dus leren!

 

Bibliografie

Bregman, R. (2019). De meeste mensen deugen. Een nieuwe geschiedenis van de mens. Amsterdam: de Correspondent Bv

Kohn, A. (2006). Unconditional Parenting. Moving from Rewards and Punishments to Love and Reason. New York: Atria Books

Korczak, J. (2010). Hoe houd je van een kind. Het kind in het gezin. Amsterdam: Uitgeverij SWP en René Görtzen

Gordon, T. (1970, 2015). Luisteren naar kinderen. Van contact naar verbinding binnen het gezin. Uitgever: Kosmos Uitgevers

Foto: Royalty free ‘Meisje met konijn’ gedownload via www.pexels.com.

Maud en Nienke contact

(modellen: Maud en Nienke)

Verbinding

Vaak krijg ik als coach de vraag wat iemand kan doen om ‘woede’, ‘angst’ of ‘verdriet’ op te lossen. Het eerste wat ik dan ‘moet’ zeggen is dat ik nooit het juiste antwoord heb. Werken met mensen betekent voor mij dat een oplossing nooit kant en klaar uit een boekje, of uit een onderzoek kan komen. Natuurlijk kunnen interventies helpen, maar 1 + 1 = nooit 2 als je met mensen en emoties ‘werkt’. Waar de ene mens boos wordt bij een ‘oplossing’, kan de ander er juist baat bij hebben. Dat doe je dus altijd samen, in verbinding met elkaar. Zodra die verbinding er niet (meer) is, zal je altijd eerst daaraan ‘moeten’ werken. Verbinding maken is voor mij iets samen doen. Elkaar anders of beter leren kennen. Dat is dus niet ‘samen’ naar het park, zodat ‘kind’ kan spelen en ‘ouder’ zichzelf kan buitensluiten op zijn of haar mobieltje (zoals ik het vaak zie gebeuren). Echt in verbinding met elkaar zijn vind ik samen schommelen, samen van de glijbaan, samen tikkertje doen, samen eten, samen kletsen tijdens de activiteit, samen lachen, samen huilen. En dat kost liefde, aandacht en tijd…

Tijd

Brene Brown (2019) geeft aan dat ‘tijd’ het grootste bezit is wat een mens heeft. Daar valt natuurlijk over te discussiëren , maar ik vind wel dat ze een goed punt heeft, want tijd hebben we altijd maar 1 keer. Dus hoe kunnen we daar respectvol mee omgaan? Telkens weer zie ik dat veel mensen tijd besteden aan dingen die ze helemaal niet leuk vinden (werken voor geld, leren voor later) en dat we als mens met heel ons hart tijd willen steken in ons gezin, in ons (eigen) leven (kinderen, vakantie, hobby’s), maar dat dit vaak niet in balans is. Zelf ben ik bewust drie dagen gaan werken, zodat ik twee dagen volledig papa kon zijn. Mijn partner werkte ook drie dagen, en zo konden we echt tijd geven aan ons grootste bezit (gezin, elkaar). Ondanks de maatschappelijke weerstand, die we echt wel hebben ervaren in onze ‘carrière’, hebben we door onze keuze tijd gecreëerd en daarmee hadden we goud in onze handen, terwijl we minder geld hadden per maand. Het zoeken naar die balans zal per mens, per gezin, per situatie anders zijn. Ik weet dat er veel mensen zijn die dit graag zouden willen, maar door een enorme hypotheek, verwachtingen op het werk, of andere verplichtingen, niet kunnen. Tijd samen kan natuurlijk ook 4 weken naar Miami zijn en als dat hetzelfde voelt als mijn keuze kan ik alleen maar achter staan, ook al is het anders dan ik zelf zou kiezen. Maar het heeft in mijn ogen altijd met tijd te maken en natuurlijk met ruimte…

Ruimte

Nu ik erover nadenk vind ik ‘ruimte’ een vaag begrip. Tijd kan ik me nog enigszins iets bij voorstellen, ruimte is in mijn gedachte ‘leeg’. En toch denk ik dat juist de combinatie tijd EN ruimte zo zinvol is om te gebruiken. Ruimte voor jezelf, om af en toe even stil te staan en te kijken welke behoeftes jij hebt, welke behoeftes de mensen om je heen hebben en of die behoeftes nog in verbinding zijn met elkaar. Mensen hebben af en toe tijd nodig voor zichzelf. Sommige mensen willen dan juist even helemaal alleen zijn, anderen willen dan juist op een andere (gezellige) manier bij elkaar zijn. Ook die behoefte is per mens verschillend. Telkens weer hebben we die ruimte nodig. Ik denk dat we alleen met die tijd en ruimte in verbinding liefde aan onszelf en daardoor ook aan de ander kunnen geven. Telkens weer merk ik dat ik mezelf wel eens vergeet. Mezelf wegcijfer voor de ander. Maar dat is dus niet respectvol naar mij. Ook ik heb tijd en ruimte nodig. Hoe kan ik anders tijd en ruimte geven aan een ander? Voorbeeld: Ik zit op dit moment goed in mijn vel. Dat betekent zeker niet dat alles goed gaat, maar dat ik al mijn emoties mag laten zijn en op die manier anderen kan en wil helpen met het omgaan met hun eigen emoties. Gisteren had ik een jongen in de klas (ik ben ook meester) die een enorme woede-aanval kreeg. Ik kon het me goed voorstellen, ook omdat ik als kind regelmatig dergelijke aanvallen had, en er was iets stuk gegaan wat voor hem van waarde was. Een paar maanden geleden was hij waarschijnlijk gewelddadig geworden naar zijn klasgenootjes. Nu koos hij ervoor om weg te lopen. Geweldige keuze dus in dit geval, bij deze jongen. Voor hem geldt: eerst even laten gaan, zodat de boosheid langzaam minder kan worden. Ik liep achter hem aan, zag dat hij dat niet wilde, en hield toen een grote afstand tussen hem en mij, maar ik bleef wel zichtbaar. Hij liep een paar honderd meter naar een bankje en ik bleef in de buurt. Pas na tien minuten kreeg ik het gevoel dat ik naast hem kon gaan zitten. Ik liep naar hem toe, en vroeg het hem ook nog even of het goed was dat ik bij hem kwam zitten. Na nog tien minuten, waarin ik alleen maar had aangegeven dat ik zijn woede begreep en samen met hem besprak wat we zouden gaan doen, wilde hij ineens toch weer naar de klas en is het de rest van de dag super goed gegaan. Ik gaf hem de tijd (gelukkig had ik de luxe dat er een Spaanse docent in de groep was) en de ruimte (ik bleef in verbinding, maar liet hem vrij met zijn emoties) en in dit geval liep dat goed af. In precies een dergelijke situatie heb ik ook al eens meegemaakt dat het niet goed ging. Dat ik ervoor koos, ivm veiligheid, het kind vast te pakken en zo tot rust te krijgen. Dat was toen niet de goede ‘oplossing’, maar ik wist echt niet hoe ik het anders moest doen, en nog weet ik dat niet, anders dan met de hele groep het ‘boze’ kind verlaten. Maar dan kan ik dat ‘boze’ kind niet meer beschermen tegen zichzelf. Dat blijven lastige keuzes, die je als opvoeder dagelijks ‘moet’ maken. In elke situatie, bij ieder mens, is het net weer anders. En dat vind ik gelijk ook zo mooi! Want het is nooit hetzelfde en vanuit de verbinding ben je samen telkens weer op zoek naar wat passend is in deze situatie. Als alle emoties mogen bestaan (en ik vind ook echt dat dat mag) is het telkens weer met elkaar zoeken hoe je dan samen kan en mag leven. Ik denk dat vanuit verbinding onze tijd en ruimte aan elkaar geven daar een hele mooie ‘oplossing’ voor kan zijn.

Straffen en belonen

In mijn coachgesprekken leg ik vaak uit dat straffen en belonen wel werkt, maar alleen op de korte termijn en als je er eenmaal mee begint zal je moeten ‘handhaven’ om het gewenste gedrag, wat je wilt bereiken, telkens weer te bestraffen of te belonen. Het zijn zogenaamde extrinsieke motivatoren. Ze motiveren een mens wel, maar alleen maar van buitenaf. Veel mensen geloven nog steeds dat dit de enige manier is om op te voeden. Programma’s als ‘The Nanny’ zijn gebaseerd op die theorie. Gelukkig weet ik inmiddels uit de praktijk, door ervaring, dat het anders kan. Dat intrinsieke motivatie echt bestaat, maar dat het onmogelijk is dat met dwang op te leggen.

Neurologische niveaus

De bioloog Gregory Bateson heeft neurologische niveaus bedacht die ik in de volgende posters heb uitgewerkt om te visualiseren hoe en waar je kan veranderen om die verandering ook vanuit jezelf te laten komen (intrinsieke motivatie). Dat heeft vooral met bewustwording te maken. Zodra je snapt dat je bijvoorbeeld gelooft dat die hele onzinnige coaching toch niet helpt, zal het ook niet helpen. Als je constant het gevoel hebt dat jij het niet waard bent als mens, dan kan je nog zoveel leuke gedrags-trucjes aanleren en laten zien aan de rest van de wereld, maar jij blijft erin geloven dat je het niet waard bent en zal ook overal bewijs zien en vinden wat jouw idee telkens weer bevestigt.

Posters op de grond

Ik leg deze posters tijdens een sessie altijd op de grond, zodat je letterlijk op jouw (neurologische) niveau kan gaan staan met je hele lichaam:Neurologisch niveau omgeving

Neurologisch niveau gedrag

Neurologisch niveau vaardigheden

Neurologisch niveau Overtuigingen

Neurologisch niveau Identiteit

Neurologisch niveau Zingeving

Zelf geloof ik niet in dit soort ‘vastigheden’. Dit soort modellen die ‘waar’ zouden moeten zijn. Ik kan er genoeg op ‘schieten’ om het model lekker uit z’n voegen te trekken. Want zo zit ik in elkaar. Zodra het hokjes worden, geloof ik het niet, want mensen horen vanuit mijn ogen niet thuis in hokjes. Dat is mijn overtuiging en mijn doel is om een menswaardige wereld te willen hebben, waarin iedereen respectvol met zichzelf en elkaar om wil gaan. Ik word boos als andere mensen vinden dat ze meer of minder waard zijn dan anderen. Ik wil iedereen helpen om dat in te zien, en besef me tegelijkertijd dat alle mensen om mij heen anders zijn dan ik ben..

Wat ik probeer te vertellen is dat ik wel waarheden zie in dit model. Ik denk zeker dat gedragstherapie (wat meestal getraind wordt via straffen en/of belonen) of jou verplichten om in een andere omgeving te moeten zijn, weinig verandert in je eigen gedachtes over jouw zingeving, of wie jij bent, of waar jij heilig in gelooft. Mijn doel in deze blog of tijdens een coachsessie is niet om jou op 1 of ander niveau te ‘veranderen’, maar wel om je bewust te maken dat we meer zijn dan wat we kunnen zien en horen. En juist die niet zichtbare kanten van een mens geven hem/haar denk ik de wil om wel of misschien juist niet door te willen gaan.

Coaching

Elke coaching is anders. Ik probeer te luisteren en te kijken naar wat de behoefte is en samen met jou te kijken welke kleine stapjes je kan uitproberen om te zien of het werkt. Natuurlijk zal dat af en toe omgeving en gedrag zijn waar je aan kan werken met elkaar. Maar je zal ook ‘moeten’ (leren?) vertrouwen dat de wil er is bij elkaar om naar een situatie te werken waarin elkaars behoeftes op elkaar zijn afgestemd en (weer) in balans zijn.

Dit model kan daarbij helpen.

En zoals altijd: Helpt het je niet? Gooi het dan lekker weg! 🙂

 

De pdf versie kan je hier downloaden: https://www.kindercoacharthur.nl/downloads/Neurologische-niveaus.pdf

 

De foto’s zijn royalty free gedownload via https://www.pexels.com. Dank aan alle fotografen voor de mooie, en vrij te gebruiken foto’s!

Gratis emotiemeter

Tot nu toe vlogde of blogde ik nog niet op deze website, maar daar komt vanaf vandaag verandering in! Juist als coach maak ik regelmatig dingen mee en kan ik je via deze blogs en vlogs helpen om daar zelf misschien weer nieuwe dingen van te leren of nieuwe inzichten te krijgen.

Sinds enkele jaren maak ik regelmatig emotiemeters in mijn groepen op de basisschool. Kinderen hangen daar dan bijvoorbeeld een knijper of paperclip met hun naam aan, zodat iedereen kan zien hoe iedereen zich voelt. Dat kan je niet altijd zien aan de buitenkant. Iemand die bedroefd kijkt kan zich best happy voelen. Iemand die heel blij doet, kan best boos of verdrietig zijn. Soms kan je het gewoon niet goed zien, maar wil je wel graag dat iemand rekening houdt dat je bijvoorbeeld heel slecht heeft geslapen, of net een mooie prijs heeft gewonnen in de staatsloterij. 🙂

Advies emotiemeter

Mijn advies is wel om deze tool nooit te gebruiken om iemand ter verantwoording te roepen. Toen ik nog bij de bank werkte stonden we dagelijks bij het LEAN bord en daar hoorden die emoties ook bij. Als iemand een ‘rode’ emotie had aangegeven moest hij of zij zich altijd verklaren aan de manager waarom die rood was. Bij een groene emotie was alles prima en hoefde er niets verteld te worden. De motivatie om eerlijk te zijn was 100% verloren (behalve misschien bij die ene manager 🙂 ) en het nut van aangeven hoe je jezelf voelt was weg. We hadden de tool net zo goed weg kunnen halen…  Gebruik de meter dus alleen als er een veilige sfeer heerst, waar iedereen vanuit vertrouwen bij elkaar is (en wil zijn). Als dat niet het geval is, ga dan eerst met elkaar aan de slag om dat voor elkaar te krijgen.

Emotiemeter downloaden

CC-By

Plezier met de emotiemeter! Je kan op de poster hieronder klikken om de jpg te downloaden, of op de link onder de poster voor de pdf versie.

Je mag deze poster vrij gebruiken en delen! (Common Creative – By) Zorg je dan wel dat mijn naam erbij blijft staan?

 

Emotiemeter Kindercoach Arthur

 

Klik hier om de emotiemeter als PDF te downloaden